De taal van het onbewuste
Waarschijnlijk heb je het wel eens ergens gelezen: dat slechts een klein deel van wie wij zijn bewust is en het overgrote deel onbewust. Het welbekende plaatje van de ijsberg, waarvan het grootste deel onder water ligt en niet zichtbaar is. Desondanks is het juiste woord on-bewust en niet onder-bewust.
Er vindt een voortdurende dans plaats waarbij materiaal uit het onbewuste aangeleverd wordt en in ons bewustzijn verschijnt, om op den duur weer in het onbewuste weg te zakken. Zouden wij ons alles continu bewust willen zijn, dan is dat een totale overload aan informatie. Stel je voor in één moment bewust te zijn van alle informatie die je als mens gedurende je hele leven hebt opgenomen. Je zou overweldigd raken. Het systeem van het bewuste en het onbewuste is een zeer nuttig en slim systeem. Het zorgt ervoor dat we kunnen filteren. Dat we ons vandaag op de taken die vandaag voor ons liggen kunnen focussen, en morgen op andere zaken die dan om onze aandacht vragen.
Maar soms maken we dingen mee in ons leven die een grote impact op ons hebben. We maken een nare gebeurtenis mee, iemand doet ons pijn, iemand gaat over onze grens of we worden ziek of verliezen iemand. Soms is een gebeurtenis te heftig om in het moment van plaatsvinden volledig in het bewustzijn te houden. Een deel gaat op de automatische piloot en wordt dus aangestuurd vanuit het onbewuste. Echter, zodra de intensiteit van de gebeurtenis voorbij is, is het belangrijk om dit materiaal in het onbewuste een keer in het bewustzijn voorbij te laten komen. Dat gebeurt veelal vanzelf. Ons wordt als het ware een kans gegeven om alsnog bewust te worden van hoe lastig we iets hebben gevonden. Maar deze kans moeten we ook nemen. Het is belangrijk dat we ons bewust worden van wat de pijnlijke ervaring in zijn totaliteit met ons heeft gedaan.
Wat er in ons onbewuste omgaat kunnen we goed afleiden uit verschillende bronnen. Mijn favoriete bronnen zijn: de droomwereld en het lichaam. Onze dromen geven ontzettend veel informatie, maar veelal niet op de manier waarop wij denken dat ze informatie geven. Een droom is zonder achtergrond in de symboliek of het gedachtegoed van Jung vrij lastig te duiden. Hij wordt dan veelal te eenvoudig geïnterpreteerd. In de Jungiaanse psychologie worden personen in dromen bijvoorbeeld opgevat als innerlijke aspecten van jezelf. Stel je vader verschijnt in je droom, dan is het zaak om te weten: wat is jouw associatie met vader? Stel de associatie is “autoritair”, dan gaat het om een eigen deel dat autoritair is. Is de associatie “liefdevol”, dan gaat het om een eigen liefdevol deel. En stel nou je vader verdrinkt in die droom, dan is het zinvol om de associatie op vader te kennen en die op verdrinken. Vanuit het gedachtegoed van Jung kan daar ook nog een collectieve laag aan de associaties op vader en verdrinken toegevoegd worden. Dat wil zeggen een duiding die voor veel mensen geldt omdat er in de diepere lagen van het onbewuste collectieve symbolen bestaan. Water wordt bijvoorbeeld in de Jungiaanse symboliek vaak geassocieerd met het grote onbewuste zelf. Dus stel dat in die droom vader met liefdevol wordt geassocieerd en er op verdrinken verder geen specifieke persoonlijke associatie komt? Dan zou het wel eens kunnen zijn dat het eigen liefdevolle deel te ver in het onbewuste aan het wegzakken (“verdrinken”) is. Dat dit deel in jou om jouw aandacht vraagt en dat dus via het onbewuste, via de droom, aan jou probeert duidelijk te maken. Zodat dit in je bewustzijn komt en je actief met je eigen liefdevolle deel aan de slag kunt!
Het mooie aan dromen, en ook aan het lichaam, is dat dingen ook vanzelf gaan. We hoeven niet in te grijpen en toch zal het onbewuste altijd proberen om de dingen psychisch in balans te brengen. We hoeven onze dromen dus niet per se te ontleden of ten diepste te leren kennen. Maar het kan wel helpen als er zaken in het onbewuste blijven spelen die ons vele nare ervaringen opleveren in het dagelijkse leven. Als het onbewuste als het ware aan ons blijft trekken en blijft zeuren. Als er echt iets door ons gezien en gekend wil worden dat diep in ons beweegt. Dan is het ook een stuk belangrijker dat we actief met de psychische lading aan de slag gaan, ernaar luisteren, deze herverdelen en de storingen in het onbewuste proberen op te lossen.
De symboliek van de andere grote bron van het onbewuste, het lichaam, komt stiekem veel terug in ons taalgebruik. Iets op je maag/lever hebben, een brok in je keel hebben, een steen op je hart hebben, etc… Hoofdpijn kan vaak worden vertaald naar pijn of zwaarte in het gebied dat al het denken doet. Ben je veel aan het nadenken? Doet de rest van het lichaam ook nog mee? En dan zijn er diepere lagen van het lichaam die om aandacht kunnen vragen. Ik schreef al eerder over het zenuwstelsel dat geprogrammeerd wordt in de baarmoeder van de moeder. Mogelijk op een wijze die niet volledig bij jouw authentieke zelf aansluit. Daar kan herprogrammering nodig zijn. Ook bij het lichaam is het zaak dat we de symbolen juist interpreteren, zodat er psychisch weer iets kan gaan stromen. Dat betekent overigens niet dat lichamelijke klachten geen lichamelijke oorzaak kunnen hebben. Maar daar gaat veel van onze aandacht al naartoe en we zijn goed getraind om op die wijze te kijken. Soms is het van belang dat we de voortdurende rugpijn niet blijven afdoen als “ik heb een zwakke rug” of “ik heb te veel gezeten vandaag”. De oplossingen niet altijd op fysiek niveau zoeken omdat ze soms niet alleen op fysiek niveau plaatsvinden. In het voorbeeld dat ik geef zit een psychische component verborgen: wat maakt dat jij zoveel zit op een dag dat je niet naar je lichaam luistert als het een andere houding nodig heeft? Welk psychisch aspect is daar aan het werk? Een stroming die hier mooi in te voegen valt is die van de psychosomatiek. Deze stroming gaat er vanuit dat geest (psyche) en lichaam (soma) voortdurend met elkaar in wisselwerking staan. Belangrijk is dat psychosomatiek niet zegt dat lichamelijke klachten "tussen je oren zitten". Het uitgangspunt is dat psychische processen zich óók lichamelijk kunnen uiten, net zoals lichamelijke aandoeningen invloed kunnen hebben op onze psyche.
Kortom, het onbewuste spreekt in symbolen en het spreekt onder andere middels onze dromen en ons lichaam. Niet als een veeleisende stem die per se gehoord moet worden, maar als een bron van wijsheid en als een belangrijke richtingaangever. Het probeert voortdurend om datgene wat uit balans is, weer in balans te brengen. Het wil ons op de juiste weg brengen - voor ons.
Het onbewuste is een donkere plek, maar niet omdat we deze moeten vrezen. Het is er donker omdat het licht van ons bewustzijn er niet schijnt. Een plek waar dingen op ons wachten, om gezien, gevoeld en gekend te worden. Stukje bij beetje. Dus laten we nieuwsgierig zijn naar wat er in ons leeft. Want juist daar, in datgene wat zich aandient, ligt de uitnodiging besloten om onszelf beter te leren kennen. Een uitnodiging om te worden wie we ten diepste zijn…
Haye.