De ander als spiegel
Ondanks jarenlang in Jungiaanse Analytische Therapie te zijn geweest, bleef ik al die tijd toch voor een deel geloven dat mijn trigger over de ander ging. In psychologische termen zouden we zeggen: ik doorzag mijn projectie niet helemaal.
Projectie is een buzzwoord aan het worden en als je het mij vraagt is dat goed. Het is belangrijk dat we dit woord leren en weten wat het inhoudt. Dus wat is projectie?
Als mens hebben we alle aspecten van het mens-zijn als potentie in ons. Tegelijkertijd groeien we op in zeer verschillende omstandigheden. De één groeit op met een ouder met eigen problemen, de ander met een afwezige ouder en weer iemand anders met een veel te beschikbare of aangepaste ouder. Dit doet wat met je als kind. Het vormt je innerlijke leven. Je onbewuste en je bewustzijn. Stel je groeit op met een ouder met angstklachten. Wat jij als kind meemaakt is een ouder die veelal angstig op dingen reageert. Je ziet het. Je hoort de woorden en de gedachten die erbij horen. En je voelt de emoties, de angst. Zenuwstelsels merken elkaar op en reageren op elkaar. Jij voelt de angst mee op lichaamsniveau. En als de angst er ook al was toen je in de baarmoeder zat, is de imprint nog veel groter. Dan heb je 9 maanden lang in de angst van deze ouder geleefd.
Je groeit op. En op een gegeven moment vind je de angst vervelend worden. Je vindt dat het genoeg is geweest met de angst in jou. Je gaat het niet meer toelaten. Je besluit niet langer angstig te zijn. In Jungiaanse termen: het angstige deel wordt naar de schaduw van de psyche verbannen. Naar de kelder of zolder waar ik in mijn vorige artikel over schreef. En daar leeft het angstige deel voort, maar in suboptimale omstandigheden. Daar blijft het deel jong, kinderlijk, primitief, onontwikkeld…
Op een gegeven moment ben je dan volwassen. Je ontmoet iemand van wie je houdt. Deze persoon is wel wat angstiger dan jij bent. En in momenten van hevigere angst in de ander, word jij erg geraakt. Je vindt de angst in de ander vervelend en wil dat je partner deze angst niet meer ervaart. Je gaat adviseren, proberen op te lossen, helpen, nuanceren en andere perspectieven aanreiken. Je zegt: laat die angst links liggen. Je zegt eigenlijk tegen de ander: doe wat ik ook deed, verban de angst naar een uithoek van je psyche. Kortom, de angst in de ander moet weg. Maar alleen maar omdat je die ander een fijn leven gunt hoor! Althans, dat denk je. We denken dat het gaat over het leed bij de ander. Dat vertellen we onszelf. Dat is weer dat stukje dat we de dingen buiten onszelf een stuk beter lijken te begrijpen, dan in onszelf. Wat ons echter te doen staat is een vertaalslag maken. En die vertaalslag klinkt simpel, maar kan best wel lastig zijn: buiten weerspiegelt vaak iets van binnen.
Vaak moet de angst in de ander weg, omdat de angst in jou ooit weg moest. De angst in de ander is immers een keiharde spiegel voor een deel van jezelf dat nog ergens levend maar zeer kreupel is. Het gaat dus eigenlijk over een deel in en van jou.
En jouw innerlijke deel, de angst in dit geval, klopt op de deur via omstandigheden in de buitenwereld. Uit je eigen reactie op angst, kun je afleiden hoe bedreigend je angst ervaart. Je kunt leren inzien dat je dit deel hebt verbannen en dat het op die plek geen aandacht van je heeft gekregen. Dat het daarmee niet weg of opgelost is. In tegendeel. Het is daarmee een groter probleem geworden. Het is zijn eigen leven gaan leven in die kelder. In de psychologie zeggen we dan ook wel: een complex is autonoom geworden. Het heeft vanuit die kelder veel meer macht over jou dan je denkt. Het handelt van daaruit autonoom, zonder tussenkomst van jouw bewustzijn. En dat is niet een plek waar we naar streven in een wereld die het zo ontzettend nodig heeft dat we als mensen juist bewuster worden van wat er in ons leeft.
Dus hebben we een weg af te leggen. En die weg komt neer op wat ik al schreef over de innerlijke familie in mijn vorige post. Aandacht, erkenning, ruimte en onvoorwaardelijke liefde. Bij de angst die in je leeft blijven, zoals je bij een kind dat angstig is, zou blijven. Er nieuwsgierig naar zijn. Het willen leren kennen. Wetend dat dit de enige weg is. Dat wegpoetsen op den duur juist voor meer leed zal zorgen. En dat spiegels in dit leven altijd zullen verschijnen. Juist omdat er in ons mensen een tendens tot heelwording bestaat. Zoals ik al schreef: als mens hebben we alle aspecten van het mens-zijn als potentie in ons. We hoeven geen delen van onszelf af te snijden. Geen delen uit te sluiten. Maar mogen open door het leven gaan. Om steeds meer volledig mens te kunnen zijn.
Dat is de uitnodiging van het leven, als je het mij vraagt.
Haye.