Onze innerlijke familie

In mijn werk met mensen hoor ik mezelf op enig moment bijna altijd over innerlijke delen praten. Het is een onderwerp dat me ontzettend fascineert en heel zichtbaar wordt in het werken met mensen. Je hoort het namelijk als één deel van iemand aan het roer staat. Eén deel autoritair de innerlijke koers bepaalt. Je voelt de minimale ruimte die er is. De compressie. De rigiditeit. Je kunt het vastgezette deel zelfs vaak in het lichaam terugzien. Dezelfde woorden en zinnen worden herhaald. En de gedachten over het zelf worden als een soort negatief mantra.

Een angstig deel aan de macht? “Het gaat niet goed komen met mij.” “Ik doe mijn werk niet goed genoeg en ga vast mijn baan verliezen.” “Ik ben niet leuk genoeg voor mijn vrienden; straks laten ze me vallen.” Of een innerlijke criticus aan het hoofd van de tafel met het alleenrecht op spreken? “Ik kan ook helemaal niets.” “Wat zie ik er weer vreselijk uit vandaag.” “Iedereen doet het beter dan ik.”

En het raakt me persoonlijk. Want ook ik heb innerlijke delen die veel ruimte innemen. Zo veel, dat ik op sommige dagen niet weet of er nog wel andere delen in me bestaan. Tot er weer ruimte komt. Er verandert iets waardoor de balans verschuift, bijvoorbeeld een nacht slaap waarin mijn dromen de psychische balans opmaken en herstellen, lichaamsbeweging of hormonale veranderingen, en op de achtergrond fluistert een stemmetje: ik ben er ook nog. Een ander deel wordt heel stilletjes hoorbaar.

Want dat er andere delen zijn - in mij en in anderen - dat is een gegeven. En wat nog meer een gegeven is, is dat alle delen die er in ons bestaan, gehoord willen worden. Dat geen enkel innerlijk deel er echt mee kan leven om in een kelder van onze psyche opgesloten te zitten. Zonder licht, zonder frisse lucht, en het belangrijkste: zonder onze aandacht en liefde.

In mijn spreken over innerlijke delen maak ik vaak een vergelijking tussen onze daadwerkelijke familie en onze innerlijke familie. Omdat we als mensen de neiging hebben om de dingen buiten onszelf beter te kunnen begrijpen en plaatsen dan de dingen die diep van binnen in ons spelen. Binnen in ons leeft ook een familie.

Sommige mensen hebben grotere innerlijke families dan andere mensen. Er zijn mensen bij wie één innerlijk familielid alles voor het zeggen heeft, zoals eerder beschreven bijvoorbeeld een zeer angstig of perfectionistisch familielid, en er zijn mensen bij wie vier innerlijke familieleden geregeld aan het woord komen. Er is net zo veel variatie in innerlijke families als er variatie is in families in de buitenwereld.

Maar wat moeten we met onze innerlijke familie? Daar trek ik liever een lijn naar kinderen en wat een kind nodig heeft om gezond op te groeien. Aandacht, erkenning, ruimte en onvoorwaardelijke liefde. Bij de pijn die in je leeft blijven, zoals je bij een kind dat pijn heeft zou blijven.

Afgelopen weekend zat ik een hele nacht in ceremonie. In de ceremonie waren kinderen aanwezig. En op een gegeven moment begon één kindje, van een jaar of zes, hevig te huilen. Zijn moeder hield hem vast, knuffelde hem en wiegde hem zacht heen en weer. Ik bekeek de situatie en vond het er liefdevol uitzien. Tegelijkertijd had ik de gedachte dat ze op een gegeven moment wel boos of gefrustreerd zou raken. Het kindje huilde immers door de ceremonie heen. Maar alle verhalen die ik over de situatie had bedacht, werden door deze moeder ontkracht. Ze bleef. En terwijl ik dit schrijf word ik er weer door geraakt. Ze bleef. Wiegen, knuffelen, hem zachtjes over zijn hoofd strelen. Al die tijd dat hij luid huilde, wat zo'n 45 minuten moet zijn geweest. Geen boosheid, geen frustratie, geen ongeduld, maar aandacht, erkenning, ruimte en onvoorwaardelijke liefde. En hij kwam tot rust en sliep verder.

Dat is wat de innerlijke delen in ons nodig hebben. Met name die delen die we naar de muffe kelder of stoffige zolder in onszelf hebben verbannen. Die, omdat ze niet mee hebben mogen doen in ons, daar vaak ook heel jong en kinderlijk zijn gebleven. Die, als ze opkomen, weleens 45 minuten lang aan het schreeuwen en stampen in ons kunnen zijn. We kunnen met onze handen in het haar gaan zitten en zelf enorm gefrustreerd raken, maar net als de moeder in het verhaal hierboven doen we liever wat ieder kind en ieder deel van ons nodig heeft. We brengen het deel weer in het licht, in de woonkamer van onze psyche, waar we het kunnen zien. We laten het praten of uitrazen of doen wat het nodig heeft en zeggen dan: “ik hoor je”. We geven het zo veel ruimte als het nodig heeft. En dan geven we het liefde.

Liefde is alles wat ieder van ons nodig heeft. En dus ook ieder deel in ons.

Binnen de inheemse tradities reageren ze vaak op iets dat gezegd wordt en raakt, dat jij innerlijk ook als waarheid ervaart, met het woord “aho”. In de traditie waarin ik afgelopen weekend in ceremonie zat, zeggen vrouwen de variant: “haye”.

Ik hoop dat dit met je resoneert. Bedankt voor het lezen.

Haye.

Vorige
Vorige

De ander als spiegel