Maria Magdalena

Soms weet je niet waarom. Je weet alleen dat.

Je weet.

Je weet dat wat je leest, waar is. Niet omdat je hoofd heeft besloten dat het zo is. Nee, je weet het in de diepte. Een resonantie die zó sterk is dat je haar niet meer kunt ontkennen.

Dit is mijn verhaal. Haar verhaal. En misschien ook jouw verhaal.

Het is het pad dat ik altijd heb gekend en heb geprobeerd te bewandelen, diep van binnen. Ik heb het nooit geweten, met mijn hoofd. Tot nu.

Dit verhaal begint bij het begin. De jeugd. Ik kom niet uit een christelijk gezin. Mijn ouders moesten vroeger wel naar de kerk (vooral met kerstmis), maar ik geloof dat ze er niet veel aan vonden. Als gevolg daarvan ben ik dus niet gedoopt en heb ik geen christelijke opvoeding genoten. Ik heb in mijn jeugd één kerkdienst bijgewoond. En ik heb de Bijbel nooit gelezen, want die hadden we zeker niet in huis. Wel heb ik op een katholieke basisschool gezeten, waar ik af en toe hele kleine beetjes meekreeg van de verhalen. Later in mijn studententijd, werd ik lid van een katholieke studentenvereniging, maar dat was omdat daar voor mij de leuke mensen bij zaten.

Dit vrij christeloze (mooi he?) leven heeft mij nooit helemaal gepast. Zelfs niet als kind. Hoewel mijn ouders mij precies gaven waar zij zelf als kind zo naar hadden verlangd: geen zondagse verplichtingen, moetjes, kerkkleding, liefelijk zijn en een hoop meer “ja en amen”. Precies al deze dingen trokken mij juist enorm. Ik hield van dat soort verplichtingen, kreeg energie van ‘het goed(e) doen’. Ik was altijd bezig met anderen en leed even sterk als mijn oma onder het feit dat we geen kersttraditie of überhaupt tradities in onze familie hadden. Waar was de duidelijkheid, de verbinding, de toewijding, het hogere, het samenzijn in stilte? Ik verlangde hier zo naar.

Dus toen ik in groep 4 zat vroeg ik aan mijn ouders of ik gedoopt mocht worden. Ik herinner me mijn gedachten en gevoelens van toen nog heel helder. Ik wist dat ze het gek zouden vinden en dat het waarschijnlijk niet zou mogen. Ik wist ook dat het fout was dat ze me dit gingen ontzeggen. Het klopte van binnen niet. Ik wilde gedoopt worden omdat ik voelde dat het niet over mij ging, maar over iets groters, iets hogers, iets stillers… Die verbinding zocht ik… Dus als het toen aan mij had gelegen was ik gedoopt geweest en waren we iedere zondagochtend naar de kerk gegaan. Hadden we ons daar, samen, in stilte verbonden met iets dat groter is dan wij zijn.

Maar dat deden we niet. We bouwden ook geen tradities. Oma hield op met vragen. Ik hield op met hopen. Maar ik bleef wel zoeken, of eigenlijk: vinden. Ik kwam op plekken waar “dat ene” er weer even was. In mij, buiten mij. Er gewoon was. Op 16-jarige leeftijd kwam in ik aanraking met het werk van Etty Hillesum. Ik voelde me diep religieus en verbonden terwijl ik het las.

En er waren zo veel meer broodkruimels op het pad dat ik mijn leven noem. Soms jaren niet. Soms ineens een hele hoop. Een therapeut, het werk van C.G. Jung en de dieptepsychologie, de terugkeer naar het lichaam, vrouwencirkels en vrouw-zijn, een romantische relatie, het medicijnpad, een reis naar Mexico en dan nu… Maria Magdalena.

Wat kan ik als christeloze leek, want gedoopt ben ik nog altijd niet en ik heb maar één boek over haar gelezen, over haar zeggen… Wat mag ik zeggen. Integriteit is mijn grootste waarde.

Dus het enige wat ik voor nu, bij de start van dit pad, wil zeggen is: ik ben blij dat mijn ouders hun eigen hart volgden. Me niet lieten dopen. Me niet naar de kerk lieten gaan. Dat hele verhaal links lieten liggen. Want ik zou zomaar de enorme weerstand tegen kunnen zijn komen die een eenzijdig en incompleet verhaal met zich meebrengt…

“Alles gebeurt precies op zijn eigen tijd en daarmee is alles precies goed. Of we het nou begrijpen of niet.” Ik zeg het wel eens tegen cliënten en nu zeg ik het tegen mezelf. Misschien had ik daar destijds niet gevonden wat ik voelde. Nu vind ik het wel. Dus deze timing is precies goed. Alles is precies goed.

Glimlachend kijk ik naar het dunne rode armbandje om mijn pols, met daarin 7 knopen. Mijn moeder en zusje brachten het mee uit Barcelona, uit een spiritueel winkeltje. Er zat een Spaanse tekst bij die geen van ons begreep. Voor mijn gevoel hadden ze geen idee waarom ze me dit gaven, althans, niet bewust… Ik wist het zelf ook niet, maar deed het armbandje om. Tot ik in mijn boek over Maria Magdalena las over het rode draadje. Gedragen om de linkerpols. Als toewijding aan haar. Ik keek voorbij mijn boek naar mijn polsen. Ik had het armbandje inderdaad links geplaatst. Een schok ging door me heen. En de 7 knopen? De 7 machten van het Ego waarover zij schrijft in haar evangelie. Die we moeten overwinnen om bij ons hart uit te komen. Bij onze ziel.

Bij dat wat ik altijd gevoeld heb.

Het Rode Boek. Het Rode Pad. De Rode Draad.

In mijn leven. In haar leven. In jouw leven.

Ik wijd me aan dit pad van het Hart. Van de Roos. Van het Rode. Dat zo onmiskenbaar duidelijk mijn leven kleurt. Sinds de dag dat ik geboren werd… met mijn rode haar.

Ik wijd me aan dit pad waarin de geschriften van Maria Magdalena niet langer ontbreken - maar opgenomen zijn. Het vrouwelijke weer haar plek krijgt. De vrouw haar plek krijgt. De polariteit langzaam opgeheven wordt. En het verhaal weer compleet wordt.

Waar het ooit begon.

Met de liefde tussen een man en een vrouw.

Amen.

Previous
Previous

Our Inner Family

Next
Next

Over de datum